Schoonmaakbedrijf terecht als inlener aansprakelijk gesteld


Samenvatting

Belanghebbende verricht schoonmaakwerkzaamheden voor recreatieparken. Zij leent personeel in van Uitzendbureau VOF X en uitzendbureau Y bv. In 2010 wordt belanghebbende aansprakelijk gesteld voor de ten name van voormelde bedrijven gestelde niet betaalde naheffingsaanslagen in de loonbelasting, die zien op de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2002. Deze bedragen meer dan € 80.000. De belastingaanslagen zijn naar aanleiding van een in 2004 bij de uitleners gestart strafrechtelijk onderzoek door de FIOD-ECD vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat de inlenersaansprakelijkstellingen niet zijn verjaard en wijst daarbij op de rechtsgeldige stuiting van de verjaring van de naheffingsaanslagen. Met betrekking tot de inhoudelijke argumenten van belanghebbende oordeelt de rechtbank dat belanghebbende als inlener is opgetreden doordat zij leiding heeft gegeven aan en toezicht heeft gehouden op de bij haar werkzame personen. Het ter zitting gedane bewijsaanbod van belanghebbende wijst de rechtbank af omdat belanghebbende ruimschoots gelegenheid heeft gehad tot bewijsvoering. Over de hoogte van de aansprakelijkheidsstellingen oordeelt de rechtbank dat de ontvanger met de stortingen op de G-rekening voldoende rekening heeft gehouden. Een beroep op de disculpatiemogelijkheid komt belanghebbende niet toe omdat de niet-betaling aan de uitlener is te wijten. De in het kader van het onderzoek door de FIOD-ECD van belanghebbende ter in beslagneming gevorderde administratie is aan haar teruggegeven en later, nadat zij na het verstrijken van de bewaartermijn de administratie heeft weggegooid, aan haar ter inzage verstrekt. Aan de stelling van belanghebbende dat zij geen adequaat verweer kan voeren, geeft de rechtbank daarom geen gevolg.

(Beroep ongegrond.)

Commentaar

Aan de overwegingen van de rechtbank waarin wordt geconcludeerd tot aansprakelijkheid op…

Verder lezen
Terug naar overzicht