Sign. - 100% deelneming is een directe investering, geen strijdigheid met kapitaalverkeer


Alle aandelen in belanghebbende, een in Nederland gevestigde tussenhoudstervennootschap, worden gehouden door een Canadese moedermaatschappij. Belanghebbende houdt op haar beurt belangen in diverse werkmaatschappijen van het concern en heeft in 2005 een dividenduitkering gedaan aan haar moedermaatschappij, waarbij belanghebbende zich beroept op de vrijheid van kapitaalverkeer, ter voorkoming van de inhouding van dividendbelasting. De belangrijkste vraag is of de vrijheid van vestiging of de vrijheid van kapitaalverkeer van toepassing is, aangezien de vrijheid van kapitaalverkeer zich tot derdelanden, zoals in casu Canada, uitstrekt. De Hoge Raad heeft voorheen beslist dat de vrijheid van kapitaalverkeer geen toepassing vindt in geval van meerderheidsbelangen (zie onder andere HR 9 april 2010, nr. 08/04160). Nu echter de High Court of Justice van Engeland en Wales het HvJEU heeft verzocht om een prejudiciële beslissing in de zaak Test Claimants in the fii group litigation (C-35/11), waar exact deze vraag aan de orde komt, beoordeelt de Hoge Raad de zaak verder alsof de vrijheid van kapitaalverkeer wel aan de orde komt. in dat geval is de beperking in strijd met het VWEU, tenzij er sprake is van toepassing van de "standstill"- bepaling van art. 64 VWEU. Voor de toepassing van de "standstill"-bepaling moet sprake zijn van een bestaande maatregel voor directe investeringen die reeds bestonden op 31 december 1993. in onderhavig arrest ligt de nadruk op de vraag of er sprake is van een directe investering door de Canadese moedermaatschappij in de Nederlandse tussenholding. De Hoge Raad stelt dat in het houden van een 100%-tussenholding die op haar beurt deelnemingen in werkmaatschappijen van dat concern…

Verder lezen
Terug naar overzicht