Sign. - 105. Geschil ouders over schoolkeuze


In het kader van hun echtscheiding kunnen M en V het niet eens worden over de schoolkeuze voor hun minderjarige zoon Z. Zij kiezen er daarom voor deze kwestie voor te leggen aan de rechtbank. V wil dat Z naar basisschool X gaat, M geeft de voorkeur aan basisschool Y.
De rechtbank stelt voorop dat partijen zich zeer goed hebben georiënteerd bij hun keuze voor een basisschool voor Z. Beiden hebben voor hun keuze valide argumenten aangedragen. Elk van de door partijen aangedragen argumenten kan aan de basis liggen van een verantwoorde keuze. Maar elk van de argumenten komt tevens voort uit een eigen visie die elk van partijen heeft op de wijze waarop verantwoord onderwijs dient te zijn ingericht. Deze visies zijn, zo stelt de rechtbank, naar hun aard subjectief. De rechtbank is van oordeel dat zij slechts beschikt over één objectief aanknopingspunt en dat is de keuze van partijen in het verleden voor [naam kinderdagverblijf], van welk kinderdagverblijf veel kinderen doorstromen naar basisschool X, omdat daar sprake is van hetzelfde pedagogische klimaat (Montessori-onderwijs).
Volgens M was de keuze voor [kinderdagverblijf] destijds vooral van praktische aard, voortvloeiend uit een tussen hem en V overeengekomen compromis. V betwist dit en stelt dat er sprake was van een bewuste keuze: partijen kenden in hun omgeving mensen wier kinderen [kinderdagverblijf] reeds bezochten en V kende iemand die er werkte, zodat zij langs die weg een 'inkijkje' had. Bij [kinderdagverblijf] is er, aldus V, veel aandacht voor de ontwikkeling van het kind, bijvoorbeeld via het ontwikkelen van de zintuigen van baby's door…

Verder lezen
Terug naar overzicht