Sign. - 15. Macedonische erfenis valt niet in gemeenschap van goederen


Tijdens haar huwelijk met M heeft V van haar vader onroerend goed geërfd die zijn gelegen in Macedonië. In het kader van hun echtscheiding twisten M en V over de vraag of deze zaken in de huwelijksgemeenschap zijn gevallen.
Volgens de rechtbank heeft vader niet bij testament bepaald dat zijn nalatenschap niet in een gemeenschap van goederen valt. De meeste buitenlandse rechtsstelsels, waaronder dat van Macedonië, hanteren echter als uitgangspunt dat erfrechtelijke verkrijgingen tot het privévermogen van de verkrijgende echtgenoot behoren. In feite bevat het Macedonische recht, net als vele andere buitenlandse rechtsstelsels, een wettelijke uitsluitingsclausule. Als een buitenlandse erflater afkomstig uit de desbetreffende landen al een testament heeft, zal hierin daarom geen uitsluitingsclausule als bedoeld in artikel 1:94 lid 1 BW te vinden zijn.
In casu was er voor de vader van V geen noodzaak testamentair te bepalen dat zijn nalatenschap niet in een gemeenschap van goederen zou vallen, nu het Macedonische wettelijke stelsel al in een dergelijke uitsluiting voorzag. Vader mocht er daarom op vertrouwen dat zijn nalatenschap buiten de gemeenschap van goederen van V zou vallen. Bij onverkorte toepassing van artikel 1:94 BW zouden de verwachtingen van vader tekort worden gedaan. Daarom moet toepassing van artikel 1:94 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geacht. Het zou bovendien strijdig zijn met de ratio van dit artikel, dat de feitelijke situatie van uitsluiting (die naar Nederlands recht niet anders tot stand kan worden gebracht dan door middel van een testament, de wil van een erflater) immers juist beoogt te eerbiedigen. Dit betekent dat de nalatenschap niet in de gemeenschap is gevallen.

(Rechtbank…

Terug naar overzicht