Sign. - 18. Man betrekt vrouw lichtvaardig in procedure: proceskostenveroordeling


M en V zijn in 1994 met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2010 door echtscheiding is ontbonden. Uit dit huwelijk zijn twee, thans nog minderjarige kinderen geboren. Overeenkomstig het door partijen getekende ouderschapsplan heeft de rechtbank in de echtscheidingsbeschikking bepaald dat M maandelijks €?500 aan V dient te voldoen ten titel van partneralimentatie en €?340 per maand per kind aan kinderalimentatie. M verzoekt, met een beroep op artikel 1:401 lid 1 BW, de beschikking te wijzigen in die zin, dat de kinderalimentatie wordt verminderd tot €?213 per maand per kind en dat de partneralimentatie op nihil wordt bepaald. Volgens M heeft de echtscheidingsbeschikking van aanvang af niet beantwoord aan de wettelijke maatstaven doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter had immers bij de voorlopige voorzieningen een lagere bijdrage vastgesteld. M kan op deze wijze niet leven naar de status die bij zijn beroep hoort, of – in financiële zin – een gezin starten. Daarbij is het een feit van algemene bekendheid, aldus M, dat juist een tweede kind een lagere behoefte kent. Ten aanzien van de partneralimentatie is M van mening dat V zich had moeten inspannen om in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Bij de bepaling van de hoogte van de partneralimentatie dient volgens M het gedrag van V, die telkens de omgang dwarsboomt, te worden meegewogen. Tenslotte voert M aan dat hij thans de schulden van zijn vriendin aflost, zodat dit ook vermindering van zijn draagkracht tot gevolg heeft.
M heeft, zo concludeert de rechtbank, niet voldaan aan het wettelijk kader van artikel 1:401 BW. …

Terug naar overzicht