Sign. - 290. Faillissementsaanvraag in strijd met Procesreglement (Rb. Noord-Nederland 8 februari 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:381, «JOR» 2017/181, m.nt. mr. H. Dulack)


Het vonnis in deze zaak vloeit voort uit een eerdere faillissementsaanvraag, waarover tot in hoogste instantie is geprocedeerd. Ondanks de zeer beperkte van omvang van de zaak waren de uiteindelijke gevolgen voor de aanvrager van het faillissement echter uitermate verstrekkend. In het kader van de vernietiging van het faillissement diende het hof ook de faillissementskosten en het salaris van de curator vast te stellen. Omdat er bijna een jaar was geprocedeerd over deze zaak waren deze kosten flink opgelopen, namelijk tot een bedrag van € 160.000. Deze werden voor drie vierde ten laste gebracht van de aanvrager van het faillissement en voor een vierde ten laste van HSK. Deze zaak krijgt vervolgens nog een staartje omdat HSK ook haar overige schade vergoed wilde zien.

Gedaagde sub 1 heeft, met inschakeling van gedaagde sub 2 als hulppersoon ex art. 6:172 BW, eiseres bij brief van 8 juli 2014 een conceptverzoekschrift tot faillietverklaring toegezonden met de mededeling dat, bij het uitblijven van betaling, een verzoekschrift bij de rechtbank zou worden ingediend. Bij exploot d.d. 22 juli 2014 is eiseres opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoekschrift op 2 september 2014. Het verzoekschrift was toen nog niet bij de rechtbank ingediend. Dat is nadien gebeurd, op 20 augustus 2014. Gedaagden hebben op deze wijze gehandeld om te voorkomen dat gedaagde sub 1 griffierecht verschuldigd zou zijn als eiseres na ontvangst van de brief van 8 juli 2014 de vordering alsnog betaalde en een behandeling van het verzoekschrift door de rechtbank om die reden niet nodig was. Door op deze wijze op te roepen hebben gedaagden in strijd gehandeld met art. …

Verder lezen
Terug naar overzicht