Sign. - 309. Verbod op openbaarmaking stil pandrecht (Rb. Gelderland (vzr.) 18 mei 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:2920)


X is de oprichter van een accountantsbedrijf, waaronder de vennootschappen van Y hangen. X vormt samen met twee andere maten het dagelijks bestuur van het bedrijf. In 2011 leent X € 1.200.000,- aan Y. Als zekerheid voor terugbetaling krijgt X een stil tweede pandrecht op alle activa van Y. De activa zijn eerder al aan de bank verpand. In 2016 ontstaat er onenigheid tussen de maten en eindigt het bestuurderschap van X. Begin 2017 sommeert X Y over te gaan tot tot terugbetaling van de lening. Y meent dat de lening al is terugbetaald. Vervolgens gaat X tegenover derden over tot openbaarmaking van de pandrechten, door het aanschrijven van de debiteuren van Y en van hen te verlangen dat ze direct aan Z betalen.

Y vordert X te verbieden om op grond van de leningovereenkomst pandrechten openbaar te maken aan relaties van Y, waaronder klanten (debiteuren), leveranciers, banken, personeel en alle gelieerde personen en ondernemingen. Daarbij is de vraag of X gerechtigd is het pandrecht uit de leningovereenkomst openbaar te maken en van debiteuren te verlangen dat zij aan X betalen.

Y stelt dat het in verband met de lening verleende stille pandrecht teniet is gegaan, omdat die lening al is terugbetaald. A betwist dit, onder verwijzing naar diverse stukken. In dit kort geding kan niet worden vastgesteld wat de stand van de lening is.

Vaststaat dat X op basis van de leningovereenkomst als zekerheid voor terugbetaling van haar lening een stil pandrecht heeft gekregen op alle activa van Y. Voor zover dit toekomstige vorderingen betreft, is stille verpanding daarvan op grond van art. …

Verder lezen
Terug naar overzicht