Sign. - 311. Rechtbank verleent verbod op beroep doen bankgarantie (Rb. Gelderland 5 juli 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:3506)


Sinds 1996 is X in dienst bij Diafaan en vanaf januari 2003 ook als (statutair) bestuurder. In 2010 komen X en Diafaan een contractuele beëindigingsvergoeding overeen. Vier jaar later ontslaat de Raad van Toezicht X als bestuurder van Diafaan. Nadat de rechtbank bij het ontbinden van de arbeidsovereenkomst vergoeding toekent, start X een bodemprocedure waarin X nakoming van de overeengekomen afvloeiingsregeling. Tot zekerheid van verhaal van zijn vordering legt X conservatoir beslag ten laste van Diafaan. Hierop laat Diafaan onder verstrekking van een contragarantie door Rabobank een bankgarantie op laten stellen. Enkele maanden later verleent de rechtbank surseance van betaling aan Diafaan, dat een dag later wordt omgezet in een faillissement. Na de faillietverklaring van Diafaan is de lopende zaak tussen X en Diafaan geschorst op grond van art. 29 Fw. Vervolgens meldt Rabobank aan de curator dat zij op grond van de bankgarantie overgaat tot uitkeren, tenzij de boedel tegen X een procedure start.

De curator vordert X te verbieden op straffe van een dwangsom een beroep te doen op de bankgarantie totdat onherroepelijk geworden uitspraak dan wel partijafspraak vaststaat dat hij een vordering heeft op Diafaan. De vraag die voorligt is of X kan worden verboden aanspraak te maken op de bankgarantie en zo ja, tot welk moment.

De rechtbank stelt voorop dat hoewel de partijen over en weer standpunten kenbaar hebben gemaakt ten aanzien van de redenen van ontslag en in hoeverre die aan een aanspraak op vergoeding in de weg staan, dat dit in deze procedure niet ter beoordeling voorligt. Dit is onderwerp van geschil in de op dit moment geschorste procedure bij de kantonrechter.

X voert aan dat van…

Verder lezen
Terug naar overzicht