Sign. - 318. Inherent risicovolle organisatiestructuur leidt tot bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement (Rb. Den Haag 28 december 2016, «JOR» 2017/123, m.nt. mr. F. Ortiz Aldana)


Het gaat in deze zaak om geldstromen tussen de stichting SOG en De Administratie B.V. De opgezette organisatiestructuur werd gefinancierd met voorschotten op ESF-subsidies (subsidieregeling van het Europees Sociaal Fonds). Beide vennootschappen zijn inmiddels gefailleerd. Aan de orde is of gedaagde 1 als bestuurder van SOG, en voorts als indirect bestuurder (middels S B.V. ) van De Administratie haar taak onbehoorlijk heeft vervuld.

Gedaagde 1 heeft volgens de rechtbank onvoldoende oog gehad voor de financiële stabiliteit en de continuïteit van SOG. Hiervan kan haar een ernstig verwijt worden gemaakt. Zij heeft binnen de inherent risicovolle structuur nagelaten maatregelen te nemen teneinde de risico’s ten aanzien van de rekening-courantverhouding met De Administratie te verminderen en het incassorisico te verleggen van SOG naar De Administratie. Daarnaast heeft gedaagde 1 zelf actief bijgedragen aan het vergroten van de financiële risico’s voor SOG ten gunste van haar ‘eigen vennootschap’ De Administratie. Deze handelwijze levert onbehoorlijk bestuur in de zin van art. 2:9 BW op en gedaagde 1 is dan ook op die grond aansprakelijk jegens SOG voor de schade die kan worden toegerekend aan het onbehoorlijk bestuur.

Voorts is sprake van onverantwoord en onbezonnen bestuurshandelen. S B.V. heeft als bestuurder van De Administratie haar medewerking verleend door het bevorderen van de besluitvorming en het op geen enkele wijze tegenwicht bieden tegen het nemen van de besluiten tot verstrekking van geldleningen. Daarbij heeft S B.V., in de persoon van gedaagde 1, waar het gaat om de verstrekking van de lening van € 2,1 miljoen voor een recreatiewoning, haar belangen…

Verder lezen
Terug naar overzicht