Sign. - 85. Kinderalimentatie volgens nieuwe normen II


De man verzoekt vaststelling van een co-ouderschapsregeling en wijziging van de kinderalimentatie. De rechtbank stelt vast dat beide partijen in gelijke mate geschikt zijn om de dagelijkse opvoedings- en zorgtaken op zich te nemen. Alle belangen tegen elkaar afwegend, oordeelt de rechtbank dat co ouderschap niet in het belang is van het kind, maar wel een uitbreiding van de zorgregeling met een dag.
De behoefte van de minderjarige wordt bepaald op het huidige NBI van de man, aangezien dit hoger is dan het gezamenlijk besteedbaar inkomen van partijen in het jaar van scheiding, en wordt vastgesteld op € 395,15. De behoefte van de twee kinderen uit de nieuwe relatie van de man wordt bepaald op het NBI van de man en het geschatte NBI van de nieuwe partner, en komt op € 441,86 per kind. De totale behoefte van de drie kinderen is € 1.278,87.
De draagkracht van de man is € 832,55 per maand en wordt naar rato verdeeld over de drie kinderen. Op deze wijze is de draagkracht voor het minderjarige kind van partijen berekend volgens de formule: behoefte kind 1/totale behoefte x draagkracht = € 257,25. De draagkracht van de vrouw is op grond van de draagkrachttabel € 133. Na vergelijking van de draagkracht is het aandeel van de man € 260,48. De totale draagkracht van partijen is onvoldoende om in de behoefte van het kind te voldoen, zodat de zorgkorting van 25% x € 395,15 = € 98,78 niet volledig kan worden verzilverd. De te betalen alimentatie is uiteindelijk €?166…

Verder lezen
Terug naar overzicht