Sign. - Aanbieden van beleggingsobjecten


Vraag is of de rechtbank terecht tot het oordeel is gekomen dat de AFM de aanvraag van WSM om een vergunning voor het aanbieden van beleggingsobjecten heeft kunnen afwijzen op de grond dat WSM niet heeft aangetoond dat haar bedrijfsvoering zodanig is ingericht dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt. Het mede op de uitspraak van het CBb van 30 januari 2007 («JOR» 2007/72 (Borderline)) gebaseerde oordeel van de rechtbank dat de producten kunnen worden aangemerkt als effect als bedoeld in art. 1, onderdeel a, onder 1 Wte 1995, is niet onjuist. Verder onderschrijft het CBb het oordeel van de rechtbank dat WSM meermaals en structureel de wet heeft overtreden, hetgeen het vertrouwen in de financiële dienstverlener of in de financiële markten kan schaden, doordat zij effecten heeft aangeboden zonder een prospectus ter beschikking te stellen en doordat WSM ook op en na 1 januari 2007 beleggingsobjecten heeft aangeboden zonder over een benodigde vergunning te beschikken. Voorts onderschrijft het CBb het oordeel van de rechtbank dat WSM niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht jegens haar cliënten. (CBb 18 oktober 2011, LJN BU3246, «JOR» 2011/370)

Verder lezen
Terug naar overzicht