Sign. - Aanbieden van beleggingsobjecten zonder vergunning


Bij besluit van 24 september 2010 heeft de AFm eiseres een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van art. 2:55 lid 1 Wft. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat eiseres in het geheel geen verwijt van de overtreding valt te maken. De AFm heeft met het matigen van de boete rekening gehouden met een aantal feiten en omstandigheden. Niettemin kan de boetehoogte geen stand houden, nu sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. Het boetebedrag wordt verminderd met 15%. De AFm heeft besloten het primaire boetebesluit en/of het bestreden besluit te publiceren nadat de rechtbank uitspraak heeft gedaan (en daarbij de boete in stand heeft gelaten) of, indien beroep zou uitblijven, nadat het bestreden besluit onherroepelijk is geworden. Vaste jurisprudentie met betrekking tot het publicatiestelsel van Afdeling 1.5.2 van de Wft - dat voorziet in twee in beginsel gefixeerde momenten van publicatie - brengt mee dat, gegeven het feit dat de voorzieningenrechter in zijn uitspraak van 27 oktober 2010 hangende bezwaar een publicatieverbod heeft opgelegd, de bestuurlijke heroverweging niet kan leiden tot het publiceren van een eventueel in bezwaar gehandhaafde boeteoplegging voordat die beslissing op bezwaar onherroepelijk is geworden. Reeds om die reden ziet de rechtbank aanleiding om de in het bestreden besluit vervatte deelbeslissing tot publicatie te vernietigen. Het beroep is in zoverre gegrond.

Verder lezen
Terug naar overzicht