Sign. - Aangaan geldlening


De beslissing om overeenkomsten van geldlening aan te gaan is in beginsel een aangelegenheid van het bestuur van een vennootschap, dat het beleid bepaalt. Een bestuur dat de vennootschap echter blootstelt aan het aanmerkelijke risico door crediteuren in rechte te worden betrokken omdat zij aan haar verplichtingen uit overeenkomsten van geldlening niet kan voldoen, of op grond van onrechtmatige gedragingen aansprakelijk kan worden gesteld, handelt onder omstandigheden onrechtmatig. In deze zaak dringt zich de vraag op of de (indirecte) bestuurder de vennootschap aan dit risico heeft blootgesteld. Voorts roepen de omvang van de in rekening gebrachte kosten en het aandeel daarvan in de totale kosten, mede in het licht van de jaarlijkse negatieve resultaten, vragen op. Tot slot is de informatie aan verzoekers als certificaathouders ernstig tekort geschoten. Een en ander levert gegronde redenen op voor twijfel aan een juist beleid en een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de moeder- en dochtervennootschap.
(Hof Amsterdam (OK) 28 augustus 2012, ARO 2012/119)

Verder lezen
Terug naar overzicht