Sign. - Aangifte tot faillietverklaring geen misbruik van recht


Indien een faillissement is uitgesproken op eigen aangifte, voorziet art. 15b fw in de mogelijkheid dat de rechtbank op verzoek van gefailleerde diens faillissement opheft onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Daarbij wordt niet vastgehouden aan de wettelijke eis om eerst een buitengerechtelijke schuldregeling te beproeven. gezien deze mogelijkheid om via het faillissementstraject tot de schuldsaneringsregeling te worden toegelaten zonder een buitengerechtelijke schuldregeling te beproeven, heeft gefailleerde een in rechte te respecteren belang bij het gebruik van haar bevoegdheid tot het doen van eigen aangifte faillissement. Voor zover in het onderhavige geval sprake is van een situatie waarin er aan de zijde van gefailleerde geen actief aanwezig is om de kosten van het faillissement, waaronder de kosten van de curator, te bestrijden, is er geen sprake van een dermate onevenredigheid tussen het belang van gefailleerde bij de uitoefening van haar bevoegdheid haar eigen faillissement aan te vragen en het gestelde belang van de curator om verschoond te blijven van niet-verhaalbare kosten, dat geconcludeerd zou moeten worden dat gefailleerde in redelijkheid niet tot uitoefening van deze bevoegdheid had kunnen komen. Onweersproken is immers de stelling van gefailleerde dat zij en haar echtgenoot gedurende een aantal jaren meerdere keren hebben getracht om te worden opgenomen in een (gemeentelijk) schuldregelingstraject, maar dat zij daarin telkens niet zijn geslaagd en ook niet binnen een redelijke termijn zullen slagen, omdat hun inkomen, mede vanwege daarop door schuldeisers gelegde beslagen, ingevolge de door de gemeente gestelde voorwaarden daartoe niet toereikend was respectievelijk zal zijn. Daarbij komt dat vaststaat dat gefailleerde vanwege psychische problemen sedert 17 september 2009 arbeidsongeschikt is verklaard en een WAO-uitkering ontvangt, …

Verder lezen
Terug naar overzicht