Sign. - Aansprakelijkheid voor schade als gevolg van verboden kartelafspraken


Het samenstel van de verboden kartelafspraken van ABB ltd. (indirecte moedervennootschap) te Zürich en de implementatie daarvan op de Nederlandse markt via de aanbieding van ABB T&D BV (de kleindochtervennootschap) kwalificeert als een onrechtmatige daad ex art. 6:162 BW. De vraag is dan wie van ABB c.s. (ABB BV, ABB Holdings BV en ABB ltd.) aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade die daardoor is veroorzaakt. Beslissend is aan wie die onrechtmatige daad kan worden toegerekend. Dat is ABB ltd. zelf, die heeft deelgenomen in de verboden kartelafspraken en die afspraken via ABB T&D heeft geïmplementeerd. Daarnaast is ook ABB BV als rechtsopvolger van ABB T&D aansprakelijk. ABB T&D heeft zich als instrument laten gebruiken en de verboden kartelafspraken feitelijk uitgevoerd. Haar treft voldoende verwijt om de schade ook aan ABB BV te kunnen toerekenen. De rechtbank motiveert dit als volgt. Het feit dat een moedervennootschap aansprakelijk is gesteld en een geldboete is opgelegd voor verboden gedragingen, die mogelijk geheel of ten dele zijn uitgevoerd door een dochtervennootschap, omdat zij alle aandelen houdt in die dochtervennootschap en die dochtervennootschap niet zelf haar marktgedrag bepaalt, impliceert niet zonder meer dat die dochtervennootschap ook zelf civielrechtelijk aansprakelijk is voor de schade die het gevolg is van die verboden gedragingen. In het bijzonder dwingt daartoe niet het Europeesrechtelijk beginsel dat de nationale wetgever en rechter bij schending van art. 101 lid 1 VwEU ten behoeve van de gelaedeerden de volle werking van het in die bepaling gegeven recht op schadevergoeding de veroordeelde moeder aanspreken en zich vervolgens, zo nodig, via beslag…

Verder lezen
Terug naar overzicht