Sign. - Aansprakelijkheid werkgever op grond van art. 7:611 BW


In deze zaak wordt vooropgesteld dat werkgever in beginsel niet aansprakelijk is voor schade die werknemer oploopt bij een verkeersongeval tijdens woon-werkverkeer, ook niet op grond van art. 7:611 BW. Bij arrest van 9 augustus 2002, nr. C00/234, NJ 2004, 235 is wel overwogen dat in gevallen waarin werknemer zich per auto dient te begeven naar de plaats waar hij werkzaamheden moet uitvoeren, onder omstandigheden de mogelijkheid bestaat dat het vervoer op één lijn moet worden gesteld met vervoer dat plaatsvindt krachtens verplichtingen uit arbeidsovereenkomst en in het kader van voor werkgever uit te voeren werkzaamheden. In een zodanig geval, dat erdoor wordt gekenmerkt dat vervoer gepaard gaat met en in zoverre plaatsvindt in de uitoefening van de werkzaamheden, is werkgever ex art. 7:611 BW verplicht zich als goed werkgever te gedragen. Hij moet zorgen voor een behoorlijke verzekering van werknemer wiens werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat hij betrokken raakt bij een verkeersongeval. Indien werkgever hieraan niet voldoet, is hij aansprakelijk als werknemer door die tekortkoming schade heeft geleden. Het hof oordeelt dat, gelet op de bijzondere omstandigheden, het gebruik dat werknemer maakte van de autoambulance op één lijn moet worden gesteld met vervoer dat plaatsvindt krachtens verplichtingen uit arbeidsovereenkomst en in het kader van voor werkgever uit te voeren werkzaamheden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Gelet op de bijzondere omstandigheden, ook in onderlinge samenhang beschouwd, brengen deze omstandigheden immers niet mee dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk of anderszins onvoldoende is gemotiveerd.

(HR 19 december 2008, LJN BG7775) 

(…

Verder lezen
Terug naar overzicht