Sign. - Aanvulling bestuur stichting door rechter


De statuten van de Stichting voorzien erin dat de Stichting minstens twee bestuursleden heeft en dat, indien het aantal bestuursleden daalt beneden de twee, het bestuur volledig bevoegd blijft, echter onder de verplichting zo spoedig mogelijk in de vacature te voorzien. Nadat X zijn functie als secretaris van de Stichting neerlegt, resteert nog slechts één bestuurslid, Y. Y benoemt Z als tweede bestuurslid. Een participant in het door de Stichting beheerde parkeerverwijssysteem verzoekt aanvulling van het bestuur van de Stichting ex art. 2:299 BW door benoeming van een door haar voorgedragen kandidaat. Zij stelt dat Y in strijd met de statuten, zowel de functie van voorzitter als die van penningmeester vervult. De Hoge Raad overweegt dat art. 2:299 BW de rechter de bevoegdheid geeft om in gevallen waarin het statutair voorgeschreven bestuur van een stichting geheel of gedeeltelijk ontbreekt "in de vervulling van de ledige plaats te voorzien". De bepaling ziet dus op een stichting die geen bestuurders meer heeft, of niet langer het in de statuten voorgeschreven minimumaantal bestuurders heeft. De Hoge Raad oordeelt dat indien het bestuur voltallig is maar de bestuurstaken heeft verdeeld op een wijze die niet strookt met de statuten, zich de in art. 2:299 BW bedoelde situatie van een geheel of gedeeltelijk ontbreken van het door de statuten voorgeschreven bestuur niet voordoet. De rechter is in een dergelijk geval niet bevoegd te voorzien in de vervulling van een "ledige plaats". Schmiemann gaat in zijn noot dieper in op de regel van art. 2:299 BW, waaronder het geval dat een door de statuten voorziene kwalitatieve benoeming achterwege blijft…

Verder lezen
Terug naar overzicht