Sign. - Achtergesteld deposito geen eigen vermogen


Een richtlijnconforme uitleg brengt mee dat het begrip financiële instrumenten in de uitzondering in Bijlage B onder 1 van het Bbpm (Uitzondering B1) de zelfstandige betekenis heeft van een deposito vallend onder de definitie van het eigen vermogen van kredietinstellingen, en dat niet is bedoeld dat het moet gaan om een financieel instrument in de zin van de definitiebepaling in art. 1:1 Wft. Aangezien financiële instrumenten zoals gedefinieerd in de Wft geen deposito's zijn, zou de lezing van A c.s. ertoe leiden dat Uitzondering B1 zinledig zou zijn, hetgeen verondersteld kan worden niet door de regelgever te zijn beoogd. Uit art. 57 aanhef en onder h van de herziene Bankenrichtlijn vloeit voort dat om achtergestelde leningen in het eigen vermogen van een kredietinstelling te kunnen opnemen, moet kunnen worden vastgesteld dat de leningsovereenkomst geen bepalingen bevat krachtens welke de lening in bepaalde omstandigheden, anders dan de liquidatie van de kredietinstelling, voor de overeengekomen datum moet worden terugbetaald. Het betreft hier een uitzondering op de hoofdregel dat leningen niet tot de bestanddelen van het eigen vermogen mogen worden gerekend, wat ertoe noopt de bepaling strikt uit te leggen. Ook de overweging 28 van de preambule bij de herziene Bankenrichtlijn: "Ingevolge deze richtlijn moeten criteria worden vastgesteld waaraan bepaalde bestanddelen van het eigen vermogen moeten voldoen. Daarbij behouden de lidstaten de vrijheid stringentere voorwaarden toe te passen", duidt erop dat het (communautaire) begrip achtergestelde lening als bedoeld in art. 64 lid 3 onder d van die richtlijn strikt moet worden uitgelegd. Een strikte uitleg is overigens ook van belang voor degenen die zijn belast met controle van en…

Verder lezen
Terug naar overzicht