Sign. - Administratieplicht


Een deskundige doet onderzoek naar de vraag of is voldaan aan de administratieplicht als bedoeld in art. 2:10 BW. Voor het jaar 2000 heeft de deskundige als uitgangspunt genomen dat er een basisboekhouding aanwezig moet zijn die aan een financieel goed onderlegde controller/ administrateur/accountant mogelijkheden biedt om op redelijk korte termijn relevante managementinformatie of relevante financiële informatie ten behoeve van een belanghebbende te verkrijgen. Aan dat uitgangspunt is naar het oordeel van de deskundige voldaan. De rechtbank verstaat de bevindingen van de deskundige aldus, dat de gegevens die bepalend zijn voor de rechten en plichten van de vennootschappen steeds in de boekhouding aanwezig waren en dat van het kennen van die rechten en plichten en die informatie steeds op korte termijn sprake was in het geval van systematisering en interpretatie ervan door een boekhoudkundig onderlegd persoon. Aldus verstaan heeft de deskundige in zijn bevindingen een juiste toepassing gegeven aan art. 2:10 lid 1 BW. Verder geldt dat de toetsing van de betrouwbaarheid niet expliciet aan de deskundige is opgedragen, omdat de (on)betrouwbaarheid van de administratie niet (met voldoende scherpte) aan de vordering van de curator ten grondslag is gelegd. Dan is de vraag of de bestuurders hebben voldaan aan het voorschrift van art. 2:10 lid 2 BW, om binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten op te maken. Zowel de deskundige als een van de bestuurders hebben daarbij (kennelijk) het oog op het voorschrift van art. 2:210 lid 1 BW, dat inhoudt dat het bestuur van de vennootschap binnen vijf maanden na…

Verder lezen
Terug naar overzicht