Sign. - Adoptie niet in het belang van het kind


Twee vrouwen zijn in 2008 met elkaar gehuwd en hebben – via donorinseminatie – ieder een kind gekregen. Het koppel is inmiddels gescheiden. De rechtbank heeft de adoptie van de twee kinderen door de andere moeder uitgesproken. Een van de moeders kan zich echter niet verenigen met het oordeel dat de adoptie door haar over een van de kinderen is uitgesproken en heeft hoger beroep ingesteld. In dat kader heeft zij gesteld dat zij geen band heeft met het kind en dit ook niet zal hebben aangezien zij geen aandeel heeft in de verzorging en opvoeding van het kind en adoptie derhalve niet in het belang van het kind is.
De vrouw heeft in eerste aanleg gekregen wat zij heeft verzocht. In beginsel kan door middel van het instellen van hoger beroep niet worden terugkomen op het in eerste aanleg verzochte. Een uitzondering op deze regel vormt de mogelijkheid om een beroep te doen op een wijziging van omstandigheden. Het hof overweegt dat de wet geen mogelijkheid kent om vernietiging van de adoptie te verzoeken op grond van een wijziging van omstandigheden sinds de adoptiebeschikking. Het hof overweegt voorts dat de rechtbank uitsluitend op grond van het adoptieverzoek dat begin 2011 was opgesteld, maar pas half 2011 was ingediend, heeft aangenomen dat adoptie in het belang van het kind was. Het hof stelt vast dat geen ambtshalve inhoudelijke toets heeft plaatsgevonden (althans, dat blijkt nergens uit) waarbij alle feiten en omstandigheden door de rechter gewogen zijn. Deze toets dient alsnog plaats te vinden, zodat de vrouw ontvankelijk verklaard wordt in haar vordering.
De wetgever ging bij de openstelling van deze mogelijkheid uit van de situatie waarin beide…

Terug naar overzicht