Sign. - Adviesrecht COR ING


De COR vordert dat ING wordt geboden de COR in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen over de voorgenomen verkoop van het Aziatische Verzekerings- en Investment Managementbedrijf, op een zodanig tijdstip dat dit advies nog van wezenlijke invloed kan zijn en het ING wordt verboden om een besluit daarover te nemen alvorens het adviestraject volledig is afgerond. De voorzieningenrechter oordeelt dat de COR een spoedeisend belang heeft bij haar vordering, nu de procedure ex art. 36 WoR in dit geval niet voldoet aan de noodzakelijke snelheid. Uit het reeds eerder in 2009 gegeven advies over de verkoop kan worden afgeleid dat de COR zijn adviesrecht ook wilde uitoefenen ter zake "aspecten aangaande het voorgenomen besluit die nog niet expliciet zijn uitgewerkt in deze adviesaanvraag". De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat het concrete verkoopbesluit dergelijke aspecten in zich bergt. Nu ING heeft besloten conform het advies van de COR en de voorwaarde heeft aanvaard, heeft de COR ook nu nog adviesrecht. Met betrekking tot de vraag of het te nemen verkoopbesluit naar verwachting zal leiden tot besluiten als bedoeld onder paragraaf c tot en met f van art. 25 lid 1 WOR ten aanzien van een in Nederland gevestigde onderneming van ING, voert de CoR aan dat er een besluit ten aanzien van een omvangrijke personeelsreductie valt te verwachten. De CoR baseert deze stelling echter op enkele algemene cijfers ter zake van de omvang van de doorberekende overheadkosten, het geschatte aandeel personeelslasten daarin en een schatting van de loonkosten per personeelslid. ING heeft een verklaring in het geding gebracht waarin gemotiveerd wordt aangegeven dat de doorberekende overheadkosten van geringere omvang zijn dan de COR stelt en dat, …

Verder lezen
Terug naar overzicht