Sign. - Adviesrecht, statutenwijziging, medeondernemerschap


In deze bijdrage bespreekt de auteur de uitspraak van het Hof Amsterdam (OK) van 14 oktober 2010, «JAR» 2010/309, ARO 2010/166 en RO 2011/11 (VLM Airlines). Zie voor een korte beschrijving van deze uitspraak TAP 2011, 1, p. 32-33. In deze zaak oordeelt de OK dat VLM Nederland, alsmede VLM België als medeondernemer, aan de ondernemingsraad (OR) advies hadden moeten vragen over de statutenwijziging en de invoering van de wet lease-constructie voor VLM Nederland. Volgens Van het Kaar is uitgangspunt in de Wet op de ondernemingsraden (WOR) dat er medezeggenschapsrechten bestaan ten aanzien van de onderneming/arbeidsorganisatie, en in beginsel niet ten aanzien van de vennootschap. Daarnaast is het de lsquoeigenrsquo ondernemer die de besluiten neemt en in voorkomende gevallen advies moet vragen. Deze zaak vormt op beide uitgangspunten een uitzondering, aldus de auteur. Inzake het bestaan van medezeggenschapsrechten ten aanzien van de vennootschap is de heersende leer dat de OR geen adviesrecht heeft over besluiten tot wijziging van de vennootschappelijke organisatie of bevoegdheidsverdeling, tenzij die wijziging direct doorwerkt in de onderneming. Verder gaat de auteur in op drie juridische technieken om het besluit, dan wel de besluitvormer, naar het niveau van de eigen onderneming te halen: vereenzelviging, toerekening en medeondernemerschap.
Over deze technieken is veel geschreven. In de literatuur is geprobeerd handvatten te formuleren voor het antwoord op de vraag wanneer toerekening of wanneer medeondernemerschap de meest geëigende weg is om een besluit waarvan de onderbuik zegt dat het adviesplichtig is, ook adviesplichtig te maken. Hij verwijst hiervoor naar de…

Verder lezen
Terug naar overzicht