Sign. - Advocaat laat na in hoger beroep gronden aan te voeren


De moeder is in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kinderrechter ten aanzien van de uithuisplaatsing van haar drie minderjarige kinderen. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en de verzoeken ter zake van de uithuisplaatsing af te wijzen.
Het hof is van oordeel dat het beroepschrift van de moeder niet voldoet aan de door de artikel 359 jo. 278 Rv voorgeschreven duidelijke omschrijving van de gronden waarop het berust. Het hof stelt vast dat de moeder in haar beroepschrift in het geheel geen gronden heeft vermeld. Zij heeft niet aangeduid tegen welke overwegingen van de kinderrechter zij bezwaar heeft. Nu de moeder voorts geen uitzonderlijke omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan zij een appelschrift zonder gronden zou kunnen hebben ingediend, wordt zij in haar hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

(Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:5056)

Terug naar overzicht