Sign. - Afkoelingsperiode en eigendomsvoorbehoud


Gedurende de afkoelingsperiode die inging op 4 juni 2010 kon eiseres haar rechten op grond van haar eigendomsvoorbehoud niet doen gelden anders dan met machtiging van de rechter-commissaris (of de rechtbank in beroep). De machtiging is op 18 augustus 2010 verstrekt. Vraag is of de curator vóór die datum wel over de zaken mocht beschikken. De zaken waarop het eigendomsvoorbehoud rustte, was handelsvoorraad bestemd voor de verkoop aan consumenten. Het doel van de afkoelingsperiode was te bezien of de bedrijfsleider van de gefailleerde vennootschappen een doorstart zou kunnen maken. De curator kan in een dergelijke periode belang hebben bij het openhouden van de winkel(s). De verkoop uit de voorraad is bij detailhandel noodzakelijk in het kader van een normale bedrijfsuitoefening. Het behoud van de klantenkring kan voor het welslagen van de doorstart van doorslaggevend belang zijn. Onder deze omstandigheden kan de curator bevoegd zijn gedurende de afkoelingsperiode de voorraad te vervreemden. Daarbij geldt wel de plicht voor de curator de positie van eiseres als leverancier van de voorraad met daarop het eigendomsvoorbehoud, te waarborgen. Tussen eiseres en de curator is kennelijk overleg geweest over de verkoop van zaken uit de voorraad, wat heeft geresulteerd in de afspraak dat de curator zaken uit de voorraad mocht (laten) verkopen, waarbij hij heeft toegezegd administratie van de verkopen bij te houden en de opbrengst uit de verkopen af te dragen. De curator mocht zaken uit de voorraad verkopen en hij heeft, gelet op zijn plicht de positie van eiseres als eigenaar van die zaken te waarborgen, juist gehandeld door de afspraak met betrekking tot de administratie en de afdracht te maken. Hij heeft…

Verder lezen
Terug naar overzicht