Sign. - Afwijzing ontbindingsverzoek primair wegens dringende redenen en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden met arbeidsongeschikte werkneemster wegens niet beproeven van mediation


Werkneemster (34 jaar) is sinds 1 april 2004 in dienst van werkgever, laatstelijk in de functie van keukenhulp. Volgens werkgever is werkneemster zich steeds minder flexibel gaan gedragen. Dieptepunt was het verzoek van werkneemster om vakantieverlof van vier weken in de zomer van 2009. Werkgever heeft werkneemster dit verlof onder verwijzing naar de cao geweigerd. Na bemiddeling door haar raadsman krijgt werkneemster toestemming om 2,5 week aaneengesloten verlof op te nemen. Vlak voor het einde van deze 2,5 week meldt werkneemster zich ziek. Na afloop van haar bevallingsverlof meldt werkneemster zich eind april 2010, zonder enige reden, weer ziek. Volgens werkgever werkt werkneemster niet mee aan haar re-integratie, terwijl werkneemster zich op het standpunt stelt dat juist werkgever zich niet aan haar re-integratieverplichtingen houdt. Werkneemster wijst er onder meer op dat met de door de bedrijfsarts gedane suggestie tot het inschakelen van een mediator door werkgever niets is gedaan. Thans verzoekt werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden. De kantonrechter oordeelt als volgt. Ten tijde van het ontbindingsverzoek (en de mondelinge behandeling) is werkneemster arbeidsongeschikt wegens ziekte, zodat het opzegverbod van toepassing is. Onderzocht zal dan moeten worden of er desalniettemin reden is de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Uit de stukken noch uit het gestelde ter gelegenheid van de zitting is echter gebleken dat zich een van de in art. 7:678 BW opgesomde omstandigheden voorgedaan heeft of dat anderszins sprake is van omstandigheden die een onverwijlde opzegging zouden kunnen rechtvaardigen en - die zowel objectief als subjectief gezien - een dringende reden…

Verder lezen
Terug naar overzicht