Sign. - Antilliaanse pauliana


Het hof heeft niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven nu het ter beantwoording van de vraag of er wetenschap van benadeling was, onderzocht heeft of failliet en verweerster in cassatie wisten of hadden moeten begrijpen dat ten gevolge van de cessie een reëel gevaar voor insolventie zou ontstaan. Het hof heeft, in cassatie terecht onbestreden, geoordeeld dat de vraag of paulianeus is gehandeld in deze zaak dient te worden beoordeeld aan de hand van art. 38 (oud) Faillissementsbesluit, dat (onder andere) verlangt dat de curator bewijst "dat bij het verrichten van de handeling zoowel de schuldenaar als degene met wien of te wiens behoeve hij handelde, de wetenschap bezat, dat daarvan benadeling van schuldeisers het gevolg zou zijn". Die in art. 38 bedoelde wetenschap moet worden aangenomen indien ten tijde van de handeling het faillissement en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien voor zowel de schuldenaar als degene met of jegens wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte. Het hof heeft evenwel, al bediende het zich van een enigszins andere formulering, geen hiermee onverenigbare invulling gegeven aan het in art. 38 Faillissementsbesluit bedoelde begrip "wetenschap van benadeling", zodat de klacht faalt. (HR 10 juni 2011, LJN BQ2178, «JOR» 2011/278)

Verder lezen
Terug naar overzicht