Naar de inhoud

Sign. - Bank moet bewijzen dat de juiste kredietovereenkomst is overeengekomen (Rechtbank Overijssel 2 december 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5615)

In januari 2011 zijn PCD c.s. en ABN AMRO een kredietovereenkomst van € 200.000 overeengekomen. X en Y zijn de partners van PCD. PCD heeft ten behoeve van de bank een recht van hypotheek gevestigd van € 280.000. Deze hypothecaire zekerheid is als derde hypotheek gevestigd op het woonhuis van partner X. Ook heeft PCD pandrechten verstrekt. ABN AMRO heeft bij brief van 14 augustus 2012 de kredietovereenkomst opgezegd wegens het niet nakomen van de verplichtingen. PCD beroept zich op het toerekenbaar tekortschieten door ABN AMRO in de nakoming van de overeengekomen kredietovereenkomst, dwaling en het in strijd handelen door ABN AMRO met haar zorgplicht. ABN AMRO stelt zich op het standpunt dat partijen steeds gesproken hebben over een BMKB-krediet (Borgstellingskrediet mkb-bedrijven). Indien zou komen vast te staan dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming dan valt dat ABN AMRO niet toe te rekenen, aangezien zij op 31 maart 2011 heeft aangeboden de kredietovereenkomst aan te passen van een starters-BMKB naar een innovatie-BMKB. PCD heeft op dit aanbod niet gereageerd.

Met betrekking tot de vraag of sprake is van dwaling en/of schending van de (bijzondere) zorgplicht, overweegt de rechtbank het volgende. PCD stelt dat te allen tijde door haar is gesproken over het Innovatiekrediet, waarbij de Nederlandse Staat borg zou staan en de geldlening zou worden kwijtgescholden als het project zou mislukken of zou moeten stoppen wegens commerciële redenen. Volgens PCD volgt uit het feit dat ABN AMRO bevestigt dat de staat akkoord gaat met de kredietaanvraag, dat ABN AMRO wist dat PCD enkel in aanmerking…