Sign. - Bankgarantie biedt voldoende zekerheid


Op de vraag of een voorgestelde bankgarantie voldoende zekerheid biedt in de zin van art. 705 Rv, als daarop geen beroep kan worden gedaan in het geval van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis waartegen hoger beroep open staat, is blijkens de rechtspraak geen eenduidig antwoord te geven. Hieruit wordt afgeleid dat de beslissing afhangt van een afweging van de wederzijdse belangen in het concrete geval. Voorshands is onaannemelijk dat de bodemrechter een beslissing ten gunste van gedaagde uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren, zulks gelet op het restitutierisico; namens gedaagde zelf is ter zitting immers verklaard dat gedaagde als gevolg van het incident met de "Probo koala" de bedrijfsactiviteiten heeft moeten staken, terwijl het bedrijf van gedaagde zo goed en zo kwaad als dat ging is overgenomen door een andere vennootschap. Indien zo'n beslissing (eventueel onder de voorwaarde dat gedaagde voldoende zekerheid stelt) wél uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, heeft gedaagde, afgezien van de bankgarantie, zeer waarschijnlijk voldoende mogelijkheden om tot executie over te gaan. De hiervoor besproken toekomstige gegoedheid van eiseres is niet zo onzeker dat er voorshands van uit moet worden gegaan dat de executie van een bij voorraad uitvoerbaar verklaard vonnis tot niets zal leiden. Dit betekent dat gedaagde een gering belang heeft bij een bankgarantie als door haar gewenst. anderzijds heeft eiseres, gezien het grote restitutierisico, een groot belang bij een bankgarantie waarop in het geval van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis nog geen beroep kan worden gedaan. Weliswaar moet de kans dat een dergelijk vonnis wordt gewezen, zoals hiervoor overwogen, klein geacht worden, maar het restitutierisico dat zich dan voordoet is groot…

Verder lezen
Terug naar overzicht