Sign. - Beëindiging van de procedure


In het hoofdgeding is de hoofdinsolventieprocedure in frankrijk geopend, met name nu het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar ex art. 3 lid 1 IVO zich in frankrijk bevond. Indien deze hoofdinsolventieprocedure moet worden geacht te zijn beëindigd, kan de verwijzende rechter slechts een tweede hoofdprocedure openen in Polen, voor zover kan worden aangetoond dat het centrum van de voornaamste belangen na de opening van de eerste hoofdprocedure in Frankrijk is verplaatst naar Polen. Vraag is hoe de betekenis van het begrip "beëindiging van een insolventieprocedure" moet worden bepaald. Art. 4 IVO regelt welk recht op insolventieprocedures van toepassing is; dit is het recht van de lidstaat waar de procedure is geopend (lid 1). lid 2 sub j preciseert dat dit recht met name de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure bepaalt. Art. 4 IVO is derhalve een conflictregel, waarin niet een vraag van materieel recht wordt beantwoord, maar alleen wordt vastgesteld krachtens welk recht het antwoord moet worden gegeven. Weliswaar moeten de bepalingen van het Unierecht in geval van twijfel over de formulering ervan autonoom en uniform worden uitgelegd, rekening houdend met de context van de bepaling en het doel van de betrokken regeling, maar het Hof heeft geoordeeld dat dit beginsel alleen voor bepalingen geldt die voor de betekenis en de draagwijdte ervan niet uitdrukkelijk naar het recht van de lidstaten verwijzen. Derhalve kunnen vraagstukken zoals de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure, waarvoor art. 4 lid 2 sub j IVO uitdrukkelijk naar het nationale recht verwijst, niet autonoom worden uitgelegd, maar moet hierover een beslissing…

Verder lezen
Terug naar overzicht