Sign. - Belangenafweging rechtmatigheid staking


Na vastgelopen onderhandelingen over een nieuwe cao starten de vakbonden collectieve acties. Eerst bestaan die uit georganiseerde werkonderbrekingen en het alleen rijden tijdens de spitsuren. Daarna begint een algemene staking. Drie provincies en de Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer vorderen dat de staking wordt opgeschort, zodat in enige rust nader overleg mogelijk is. De kantonrechter oordeelt dat de staking onder art. 6 onder 4 ESH valt waardoor deze in principe moet worden geduld. Alleen wanneer zwaarwegende procedureregels zijn veronachtzaamd, dan wel indien de bonden in redelijkheid niet tot deze actie hadden kunnen komen, kan de rechter de staking onrechtmatig achten. Dit laatste is slechts het geval als de staking gelet op de zorgvuldigheid die krachtens art. 6:162 BW in acht moet worden genomen ten aanzien van personen en goederen van anderen, zodanige inbreuk maakt op art. G lid 1 ESH, dat beperkingen, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk zijn. Die afweging is een vraag van proportionaliteit. Daarop kan slechts worden beslist door de bij de uitoefening van het grondrecht staking betrokken belangen af te wegen tegen die waarop inbreuk wordt gemaakt. De staking betekent volgens de kantonrechter voor talloze burgers op zijn minst een ongemak die samen een maatschappelijke schade maken. Verder is een goed functionerend openbaar vervoer van groot belang. Alles afwegend acht de kantonrechter een algehele staking met de erbij horende schade niet in redelijke verhouding staan tot het belang van de werknemers voor hun rechten op te komen. Een staking waarbij wel in de spits wordt gereden is niet disproportioneel. De duur van de beperking van de uitoefening van het stakingsrecht bepaalt de kantonrechter op twee maanden. Gedurende deze…

Verder lezen
Terug naar overzicht