Sign. - Belanghebbende (ABRvS 26 april 2017, zaaknummer 201604491/1/R2)


Appellant is eigenaar van een perceel (locatie 3) in Casteren waar een akkerbouwbedrijf is gevestigd. De woning op dit perceel ligt op ongeveer 160 meter van het plangebied, maar de landbouwgronden behorende bij dit perceel grenzen aan de zuidwestzijde aan de noordoostzijde van het plangebied. Het beroep van appellant richt zich tegen het plandeel met de bestemming ‘Wonen’ en de aanduidingen ‘bouwvlak’ en ‘opslag’ voor het aangrenzende perceel (locatie 1). Hij kan zich niet vinden in het plan voor zover dat voorziet in het als zodanig bestemmen van illegaal opgerichte bebouwing op de erfgrens van het perceel (locatie 1) en zijn perceel. Belanghebbenden hebben naar voren gebracht dat het beroep van appellant niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat appellant geen belanghebbende is bij het plan. Volgens hen ligt de woning van appellant op enkele honderden meters van het bestreden plandeel en heeft hij vanuit zijn woning geen zicht op het plandeel. Daarnaast heeft appellant nooit eerder geklaagd over de op het perceel aanwezige bebouwing. De belangen van appellant worden volgens hen derhalve niet door het besluit getroffen. De Afdeling stelt vast dat appellant eigenaar en gebruiker is van het perceel direct gelegen naast het perceel (locatie 1) in Casteren waarop het plan onder meer betrekking heeft. De Afdeling overweegt dat reeds het belang van appellant als eigenaar van het aangrenzende perceel maakt dat hij een rechtstreeks bij het plan betrokken belang heeft in de zin van artikel 1:2 lid 1 Awb. Of appellant al dan niet op een zodanige afstand van het bestreden plandeel woont dat hij daarop geen zicht heeft, is daarom niet van…

Verder lezen
Terug naar overzicht