Sign. - Belangrijke oorzaak faillissement


De curator legt primair art. 2:248 BW aan zijn vordering jegens Asscher en Asscher Holding BV ten grondslag. Asscher c.s. zou gedurende de periode van drie jaren voorafgaand aan het faillissement bestuurder, althans medebeleidsbepaler van Jan van gent motorsloepen BV zijn geweest. De rechtbank oordeelt dat het niet anders kan dan dat ook tijdens de periode van het bestuursvacuüm beleid is gevoerd bij Jan van gent en de door haar geëxploiteerde onderneming. Vraag is welke persoon of personen in de periode de uiteindelijke beslissingen hebben genomen. De rechtbank concludeert dat Asscher medebeleidsbepaler is geweest en dus feitelijk bestuurder ex art. 2:248 lid 7 BW. Hetzelfde geldt voor Asscher Holding. Ook op medebeleidsbepalers rusten de verplichtingen tot het bijhouden van een administratie die aan de eisen van de wet voldoet en tot het tijdig publiceren van de jaarrekening (HR 23 november 2001, «JOR» 2002/4). Asscher heeft niets ingebracht tegen het wettelijk vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. Sterker nog, ook Asscher lijkt het faillissement te wijten aan het wanbeleid dat is gevoerd en met name het ontbreken van een behoorlijke boekhouding. Dit leidt reeds tot de conclusie dat Asscher c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor het tekort in het faillissement. Asscher c.s. heeft een beroep gedaan op disculpatie (art. 2:248 lid 3 BW) en daartoe naar voren gebracht dat zij geprobeerd hebben Jan van gent kort voor het faillissement te redden. Die transactie (verkoop van de gehele onderneming van de bv voor een te lage prijs) kan Asscher c.s…

Verder lezen
Terug naar overzicht