Sign. - Beleggers voldoende geïnformeerd


Van den Bor heeft Van den Hout c.s. benaderd en hen een beleggingshypotheek geadviseerd, die enerzijds bestond uit een aflossingsvrije hypothecaire lening en een tweetal levensverzekeringen en anderzijds uit een effectendepot. Ten tijde van het advies in 1998 was het niet ongebruikelijk en werd het evenmin als bijzonder risicovol beschouwd om een beleggingshypotheek aan te gaan. Of het door Van den Hout c.s. beoogde doel – (gedeeltelijke) aflossing van de hypothecaire geldlening op de einddatum van de levensverzekeringen – zou kunnen worden verwezenlijkt, stond of viel met het rendement dat de beleggingen zouden opbrengen en met de waardeontwikkeling van de effecten in de loop van de tijd. Het was reeds in 1998 een feit van algemene bekendheid dat het beleggen in effecten door de mogelijkheid van waardedaling van de effecten waarin is belegd het risico van vermogensverlies met zich brengt en daarmee het risico dat het geprognosticeerde rendement niet wordt behaald. Het hof concludeert dat Van den Hout c.s. voorafgaand aan het sluiten van de beleggingshypotheek en de overeenkomsten van levensverzekering, mede door toedoen van Van den Bor, op de hoogte waren van de kenmerken van beleggingsverzekeringen en het effectendepot dat zij daarvoor bewust hebben gekozen. Niet kan worden gezegd dat een redelijk bekwaam en redelijk handelend financieel adviseur het aangaan van de onderhavige overeenkomsten had behoren te ontraden wegens hun financiële positie.
(Hof 's-Hertogenbosch 18 december 2012, LJN BY6995, «JOR» 2913/46)

Verder lezen
Terug naar overzicht