Sign. - Bemiddeling in verzekeringen zonder vergunning


X heeft geen vergunning inzake bemiddelen in levensverzekeringen (meer) en wenst niet (meer) over een dergelijke vergunning te beschikken. X heeft desgevraagd te kennen gegeven dat zijn beroep zich alleen richt tegen dat gedeelte van het besluit van de AFM waarbij te kennen is gegeven dat X (na de intrekking van zijn vergunning) zijn portefeuille levensverzekeringen moet afwikkelen. In art. 2:80 Wft is – ten tijde van belang – bepaald dat het verboden is in Nederland zonder een daartoe door de AFM verleende vergunning te bemiddelen. Naar het oordeel van het College treedt hiermee reeds van rechtswege het gevolg in dat X, nu hij niet meer beschikt en wil beschikken over een dergelijke vergunning, niet (meer) mag bemiddelen. Dit rechtsgevolg vloeit rechtstreeks voort uit de wet. Dit betekent dat de mededeling bij het besluit van 4 september 2008 dat X zijn portefeuille moet afwikkelen niet op een rechtsgevolg is gericht, en derhalve geen besluit is in de zin van art. 1:3 lid 1 awb. X kon daartegen dan ook geen rechtsmiddelen aanwenden.

(CBb 9 april 2013, LJN CA0497, «JOR» 2013/208, m.nt. mr. S.M.C. Nuyten)

Verder lezen
Terug naar overzicht