Sign. - Bemiddeling zonder vergunning


Ter beoordeling staat de vraag of de rechtbank de beslissing op bezwaar van 2 maart 2009, waarbij de boete wegens overtreding van art. 2:80 Wft en het besluit tot openbaarmaking als bedoeld in art. 1:97 Wft gehandhaafd zijn, terecht in stand heeft gelaten. Daartoe overweegt het College als volgt. Beboetbaarheid appellant heeft in de periode van januari tot september 2007 zonder daartoe benodigde vergunning bemiddeld en daarmee art. 2:80 lid 1 Wft overtreden. De AFM is bevoegd om hiervoor een bestuurlijke boete op te leggen (art. 1:80 lid 1 Wft). De AFM heeft in de omstandigheden van het geval terecht geen aanleiding gevonden daarvan af te zien. Hoogte van de boete De standaardboete voor overtreding van art. 2:80 lid 1 Wft bedroeg ten tijde van belang € 96.000. De AFM heeft aanleiding gezien de boete te matigen en lager vast te stellen op € 24.000. Met de hier opgelegde boete wordt recht gedaan aan de aard en ernst van de geconstateerde overtreding en de mate waarin deze aan appellant kan worden verweten. Openbaarmaking van het boetebesluit De rechtbank heeft wat betreft de openbaarmaking geen onjuist toetsingskader gehanteerd. Uit de tekst van art. 1:97 lid 1 jo. lid 4, Wft vloeit immers voort dat de toezichthouder verplicht is een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete openbaar te maken, en dat deze openbaarmaking slechts dan achterwege blijft indien die in strijd is of zou kunnen zijn met het doel van het door de toezichthouder uit te oefenen toezicht op de naleving van de Wft. Voor een verdere…

Verder lezen
Terug naar overzicht