Sign. - Beoordeling verlof onderhandse verkoop ligt rechtmatigheid van executie niet ter toetsing voor (Rechtbank Gelderland 24 juli 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:3969 (publicatiedatum 26 juli 2017))


ABN Amro heeft een verzoek ingediend tot het verkrijgen van verlof als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW, om onroerende zaken van verweerster onderhands te verkopen volgens de bij het verzoek gevoegde koopovereenkomst tussen ABN en belanghebbende. Volgens verweerster maakt de bank misbruik van haar bevoegdheid tot parate executie, omdat verweerster niet in verzuim is en omdat de verkoopprijs te laag is. De rechtmatigheid van de executie als zodanig ligt echter in deze procedure niet ter toetsing voor.

Een procedure als de onderhavige, gebaseerd op artikel 548 Rv en artikel 3:268 BW, heeft (enkel) ten doel rechterlijke controle op onderhandse executieverkoop, die zich immers aan de openbaarheid van een veiling onttrekt, in te stellen.

Getoetst dient (slechts) te worden of goedkeuring gehecht kan worden aan onderhandse executieverkoop op basis van de voorgelegde koopovereenkomst, of dat op de voet van artikel 548 lid 4 Rv opnieuw een veilingdag dient te worden bepaald. De rechtmatigheid van de executie als zodanig ligt in deze procedure niet ter toetsing voor. Daarvoor dient (de voorzieningenrechter van) de rechtbank (in kort geding) te worden geadieerd op de voet van artikel 438 Rv.

Verweerster heeft voldoende tijd gehad om een dergelijke procedure aanhangig te maken. Hij heeft dit ook overwogen, zo heeft hij tijdens de mondelinge behandeling verklaard, maar heeft er uiteindelijk van afgezien. ABN heeft ter zitting overigens onbetwist gesteld dat er nog immer sprake is van een overstand van momenteel € 252.502,35. Bovendien was er ook door onder meer de belastingdienst beslag gelegd op de panden. Ook daarin zag ABN reden de hypotheekovereenkomst…

Verder lezen
Terug naar overzicht