Sign. - Beperking geldigheidsduur vergunning


Nadat de rechtbank in de beroepsprocedure vonnis heeft gewezen, heeft de AFM bij besluit van 3 mei 2011 een vergunning aan verzoekster verleend en daaraan de beperking verbonden dat de vergunning geldig is tot twee maanden nadat het CBb heeft beslist op het door de AFM tegen de uitspraak van de rechtbank ingestelde beroep. Verzoekster verzoekt schorsing van het besluit voor zover dit betrekking heeft op de beperking en de vermelding daarvan in het register "accountantsorganisaties". De voorzieningenrechter ziet geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de Wta zonder meer uitsluit dat een beperking van de geldigheidsduur aan een vergunning wordt verbonden. Echter, aangenomen moet worden dat in het systeem van de Wta, mede gelet op de aard van de vergunde bedrijfsuitoefening – welke een doorlopend karakter heeft – een vergunning in beginsel voor onbepaalde tijd wordt verleend en slechts beëindigd kan worden indien zich één der in de wet genoemde intrekkingsgronden voordoet. Voor beëindiging door middel van een beperkende voorwaarde als hier aan de orde kan derhalve slechts plaats zijn indien zwaarwegende gronden daartoe nopen. Van dergelijke zwaarwegende gronden is echter in dit geval, in het licht van hetgeen door de AFM is aangevoerd omtrent de te beschermen belangen, onvoldoende gebleken, gelet ook op de mogelijkheden om op andere, minder bezwarende wijze aan die belangen tegemoet te komen. (Vrzngr. CBb 24 mei 2011, LJN BQ7882, «JOR» 2011/258, m.nt. mr. V.H. Affourtit)

Verder lezen
Terug naar overzicht