Sign. - Beperking grensoverschrijdend kapitaalverkeer


De Oostenrijkse prudentiële toezichthouder heeft een boete opgelegd aan een Oostenrijkse werkloosheidsverzekeraar omdat deze had belegd in een beleggingsinstelling die wel over een luxemburgse vergunning beschikte, maar niet over een Oostenrijkse. Op grond van het Oostenrijkse recht mocht de werkloosheidsverzekeraar enkel beleggen in (deelnemingsrechten in) beleggingsinstellingen met een Oostenrijkse vergunning. Het Europese Hof acht de Oostenrijkse regeling in strijd met de vrijheid van kapitaalverkeer (art. 63 lid 1 VWEU). De betrokken regeling kan enerzijds bedrijfsvoorzieningskassen, wegens de voorziene geldboete, ervan weerhouden en in feite beletten om hun middelen te beleggen in een in een andere lidstaat gevestigd beleggingsfonds, en moet worden aangemerkt als een beperking van het kapitaalverkeer in de zin van art. 63 lid 1 VWEU, die deze bepaling (in beginsel) verbiedt. Anderzijds heeft de betrokken regeling een beperkend gevolg voor in andere lidstaten gevestigde beleggingsfondsen. Een dergelijke regeling legt in andere lidstaten gevestigde beleggingsfondsen een vergunningsprocedure in Oostenrijk op terwijl die fondsen, die regelmatig zijn opgericht en toegelaten in hun lidstaat van vestiging, de legitieme verwachting koesteren dat zij kapitaal in andere lidstaten kunnen aantrekken. Dit vereiste vormt dus een beperking van het grensoverschrijdend kapitaalverkeer. Het vrije verkeer van kapitaal kan door een nationale regeling slechts worden beperkt op voorwaarde dat deze regeling wordt gerechtvaardigd door een van de in art. 65 VWEU genoemde redenen of door dwingende redenen van algemeen belang. Het belang om, door de vaststelling van prudentiële regels, de stabiliteit en de veiligheid te verzekeren van de activa die worden beheerd door een collectieve beleggingsinstelling die is opgericht door een bedrijfsvoorzieningskas, is een dwingende stem van algemeen belang die beperkingen van het vrije kapitaalverkeer…

Verder lezen
Terug naar overzicht