Sign. - Beslag herleeft


Door de vernietiging bij het arrest van 16 juni 2009 van de opheffing van het beslag in het vonnis van 15 december 2008 herleefde het beslag van rechtswege. Appellanten beroepen zich op art. 33 lid 2 Fw, welke bepaling naar hun mening naar analogie moet worden toegepast in het onderhavige geval. Art. 33 lid 2 Fw bepaalt dat het herleefde beslag vervalt indien niet binnen veertien dagen na de herleving een exploot is ingeschreven waarbij van de herleving mededeling aan de schuldenaar is gedaan. Die laatste eis wordt alleen gesteld voor het geval een doorhaling van het beslag heeft plaatsgevonden. In het onderhavige is van een doorhaling niet gebleken. Integendeel, blijkens een uittreksel uit het kadaster van 8 juli 2009 is het op 6 maart 2008 gelegde beslag nog steeds vermeld. Na het opheffingsvonnis van 15 december 2008 zijn op 28 januari 2009 vijf hypotheken gevestigd op de beslagen woning, ten behoeve van appellanten sub 2 t/m 6. Het is echter voldoende aannemelijk dat een vordering tot vernietiging van de hypotheekverleningen op grond van art. 3:45 BW zal worden gehonoreerd. Voor de appellanten sub 2 en 5 geldt weliswaar dat zij niet in familiebetrekking met appellant sub 1 staan en geen eenmans-BV van appellant sub 1 zijn, maar zij zijn beiden als advocaat aan appellant sub 1 verbonden. Vanwege die verbondenheid mogen zij bekend worden geacht met de financiële omstandigheden van appellant sub 1. Er is daarom voor geen van de appellanten sub 2 t/m 6 enige grond om aannemelijk te achten dat zij niet met de benadeling (die de hypotheekverlening met zich meebracht) bekend waren of behoorden…

Verder lezen
Terug naar overzicht