Sign. - Beslag op vordering tot levering woning


De koper van een woning vordert opheffing van een conservatoir derdenbeslag dat is gelegd op een vordering tot levering van de door hem en zijn vrouw aangekochte woning. De rechtbank overweegt dat de art. 718 en 720 Rv, gelezen in samenhang met art. 475 en 475a lid 3 Rv, duidelijk maken dat conservatoir beslag mogelijk is op een vordering tot levering van een onroerende zaak, die de beslagdebiteur heeft op een derde. Juist indien niet te verwachten is dat levering aan de beslagdebiteur op korte termijn zal plaatsvinden, kan dit een nuttig instrument zijn, zo leert ook de wetsgeschiedenis. Zelfs indien, wat onmogelijk is, een tot het verlijden van de leveringsakte leidend overlijden binnen de door appellant gehanteerde termijn zou zijn uit te sluiten, is dat dan ook geen beletsel voor een beslag op de vordering. Er is geen sprake van een toekomstige vordering. De vordering tot juridische levering van het huis betreft een, ook ten tijde van de beslaglegging, reeds bestaande vordering, die zijn grondslag vindt in een toen reeds bestaande rechtsverhouding: de met de verkoopster gesloten koopovereenkomst. Economisch was het door haar verkochte en door de kopers betaalde huis reeds overgedragen en waren de kopers ook beschikkingsbevoegd. Slechts het tijdstip van juridische levering is uitgesteld. Anders gezegd: niet het ontstaan van de vordering of van de verbintenis tot levering, maar het tijdstip van die levering is deels afhankelijk gesteld van een wilsuiting door de kopers. De vordering zelf maakte ten tijde van de beslaglegging deel uit van hun vermogen en was dus vatbaar voor verhaal. Voor de wijze waarop dit verhaal plaatsvindt, bieden de art. …

Verder lezen
Terug naar overzicht