Sign. - Besluit (ABRvS 8 februari 2017, zaaknummer 201605996/1/A2)


Uit onderzoek naar asbestverontreiniging door sterk verweerde asbesthoudende daken van diverse bergingen, is gebleken dat het mos op de daken van verschillende bergingen asbestvezels bevat. Als het mos loslaat en op de grond terecht komt, is sprake van asbestverontreiniging. Het college van gemeente ’s-Hertogenbosch heeft daarom appellant medegedeeld dat het voornemens os handhavend op te treden met een last onder dwangsom of bestuursdwang, indien appellang de dakplaten van zijn berging niet laat saneren door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. Het college heeft daarbij gewezen op artikel 1.1a Wet milieubeheer en artikel 1.1a Woningwet. Woningbouwvereniging Brabant Wonen is eigenaar van het merendeel van de te saneren bergingen rondom de woning van appellant. Het college heeft appellant geadviseerd gebruik te maken van het aanbod van de woningbouwvereniging om de sanering van de berging op eigen kosten in het kader van een saneringsproject te laten uitvoeren. Appellant heeft hiervan gebruikgemaakt. Appellant heeft vervolgens verzocht om vergoeding van de kosten van de sanering. Volgens hem is het in strijd met het beginsel van gelijkheid voor de openbare lasten om de saneringskosten op hem als wooneigenaar af te wentelen, terwijl huurwoningen in de straat op kosten van de verhuurder worden gesaneerd. Het college heeft bij brief van 5 augustus 2015 het verzoek van appellant om compensatie van kosten voor sanering van asbest afgewezen en zich op het standpunt gesteld dat het niet mogelijk is om een schadebesluit te nemen dat vatbaar is voor bezwaar en beroep bij de bestuursrechter. Het college heeft dat standpunt bij het besluit van 14 september 2015 gehandhaafd en het bezwaar van appellant tegen de brief van 5 augustus 2015 niet-ontvankelijk verklaard. Het college…

Verder lezen
Terug naar overzicht