Sign. - Bestaan arbeidsovereenkomst, rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst, WWB, WWB-voorziening


Eiser heeft vanaf 1 juni 2005 een WWB-uitkering ontvangen van de Gemeente Maastricht. Hij werd verplicht mee te werken aan een traject lsquowerken met behoud van uitkeringrsquo. Ter uitvoering daarvan is een lsquoTrajectcontract project EBM voor werk met behoud van uitkeringrsquo door eiser, de gemeente en EBM ondertekend. Van 20 juli 2005 tot 20 oktober 2005 heeft eiser gewerkt bij EBM Eventstaffing.
Hij is op 24 oktober 2005 bij EMB in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst, per welke datum de WWB is beëindigd.
Daarna heeft de gemeente de WWB van 1 juni 2005 tot 24 oktober 2005 teruggevorderd, omdat hij over meer vermogen zou beschikken. Eiser vordert betaling van loon van de gemeente omdat er een arbeidsovereenkomst zou zijn ontstaan.
De kantonrechter en het hof wijzen de vorderingen af. De betaalde uitkering heeft een publiekrechtelijke grondslag en dat wordt niet anders omdat er voorwaarden aan zijn verbonden zoals het traject lsquowerken met behoud van uitkeringrsquo. Het hof oordeelt dat partijen niet de wil hebben gehad om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. De eiser heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om te oordelen dat de feitelijke uitvoering er wel toe leidt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.
De vorderingen worden afgewezen.

(Hof Amsterdam 1 maart 2011, LJN BP7286)

(Hof Amsterdam 1 maart 2011, LJN BP7286)

Verder lezen
Terug naar overzicht