Sign. - Bestendige samenwerking stukgelopen


De uiteindelijk gerechtigden in de (moeder en dochter)vennootschappen hebben hetgeen tussen hen is overeengekomen over hun samenwerking binnen de vennootschappen niet deugdelijk schriftelijk vastgelegd. Als gevolg daarvan bestaat onduidelijkheid over de inhoud van die afspraken, in het bijzonder wat betreft de inbreng van arbeid, de reikwijdte van de samenwerking en de mate waarin de beide partners in deze joint venture vrij zijn om daarbuiten activiteiten te ontplooien. Wel heeft verzoekster voldoende aannemelijk gemaakt dat tussen beide joint venture partners een bestendige samenwerking tot stand is gekomen. Ook moet worden aangenomen dat het in ieder geval beide partners voor ogen stond de samenwerking met belanghebbende in een (klein)dochtervennootschap duurzaam te doen zijn en meer te doen omvatten dan slechts de (betrokkenheid bij de) IJsselmeerziekenhuizen. Het had dan ook op de weg van de vennootschappen gelegen om te bezien op welke wijze zij dienden te reageren op de toezegging door belanghebbende van de (toekomstige) samenwerking in de kleindochtervennootschap en welk beleid zij dienden te voeren na het mislukken van de daaropvolgende mediation tussen partijen. Toen bleek dat de ontwikkeling van toekomstige projecten tezamen met belanghebbende binnen de kleindochtervennootschap niet langer mogelijk was, stonden de vennootschappen in het bijzonder voor de vraag of zij zich daarbij al of niet zouden moeten neerleggen. Als gevolg van onenigheid tussen de joint venture partners over een en ander heeft geen adequate besluitvorming plaatsgevonden. In plaats daarvan heeft één van de partners de samenwerking met belanghebbende voortgezet op een wijze die vooralsnog niet verenigbaar lijkt te zijn met de belangen van de vennootschappen en de met haar verbonden onderneming. Deze partner heeft daarover bovendien geen openheid van zaken gegeven aan zijn…

Verder lezen
Terug naar overzicht