Sign. - Bestuurdersaansprakelijkheid, hoofdelijkheid, bijdrageplicht en regres


Ook in deze vrijwaringzaak komt – evenals de rechter in de hoofdzaak – de rechtbank tot het oordeel dat het bestuur van de vennootschap wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling aansprakelijk is voor het boedeltekort en dat het een collectieve en hoofdelijke aansprakelijkheid van alle bestuurders betreft, die in elk geval de formele bestuurders aangaat, dit wil zeggen X en Y. Eiser is als feitelijk beleidsbepaler naast hen aansprakelijk voor dezelfde schuld. Daarmee is de situatie ontstaan dat er drie hoofdelijk aansprakelijke schuldenaren zijn: X, Y en eiser, terwijl de curator in de hoofdzaak alleen eiser heeft aangesproken. Op grond van art. 6:10 lid 1 BW is ieder van de hoofdelijke schuldenaren voor het gedeelte van de schuld dat hem in hun onderlinge verhouding aangaat, verplicht in de schuld bij te dragen. In lid 2 is bepaald dat de medeschuldenaren, ieder tot ten hoogste het gedeelte dat hem aangaat, verplicht zijn om bij te dragen in de delging ten laste van een schuldenaar die zijn aandeel in de schuld te boven gaat. Voorts geeft art. 6:12 BW de hoofdelijk schuldenaar, ten laste van wie de schuld is gedelgd voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat, voor dit meerdere krachtens subrogatie een verhaalsactie op zijn medeschuldenaren. De rechtbank oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat in dit geval een van het uitgangspunt afwijkende onderlinge schuldverhouding moet worden aangehouden. Eiser heeft X en Y weliswaar geregisseerd en op essentiële punten terzijde gesteld, maar zij hebben zich laten regisseren en hun verantwoordelijkheden als formele bestuurders niet genomen of kunnen nemen. Zij hadden zonder kennis van zaken en zonder voldoende kapitaal niet de taken op…

Verder lezen
Terug naar overzicht