Sign. - Betaling aan trust voor ex-partner niet aftrekbaar als uitkering ex artikel 6.3 Wet IB 2001


Op grond van artikel 6.3 lid 1 sub f Wet IB 2001 zijn aftrekbaar als onderhoudsverplichtingen: in rechte vorderbare periodieke uitkeringen die berusten op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud. De bewijslast dat daarvan sprake is, rust op belanghebbende. Wil sprake zijn van een dringende morele verplichting, dan zal in ieder geval aannemelijk moeten zijn dat de ondersteunde een bijdrage voor levensonderhoud nodig heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat dit het geval is. De enkele stellingen van belanghebbende dat mevrouw X geen reserves had opgebouwd, omdat zij volledig door belanghebbende in Nederland was onderhouden en daarna haar leven in Australië volledig opnieuw op heeft moeten bouwen, zijn onvoldoende om – naar objectieve maatstaven – te kunnen concluderen dat sprake is van behoeftigheid van de zijde van mevrouw X.
Voorts heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat de betalingen die zijn gedaan aan de trust ook feitelijk ten goede zijn gekomen aan mevrouw X. Zo is niet duidelijk of mevrouw X op enigerlei wijze gerechtigd is tot het vermogen van de trust en evenmin dat de trust verplicht is om (een) uitkering(en) toe te kennen aan haar. Belanghebbende heeft namelijk omtrent de trust geen nadere inlichtingen, zoals bijvoorbeeld de 'trust deed', verstrekt.
Nu belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat mevrouw X behoeftig is en evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat de aan de trust uitgekeerde bedragen aan haar ten goede komen, maakt het niet uit of er in het onderhavige geval sprake is van een afkoopsom of een uitkering uit een reeks. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van…

Verder lezen
Terug naar overzicht