Sign. - Bevoegde rechter en toepasselijk recht


In deze zaak diende de in Nederland gevestigde werkgever een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in bij de kantonrechter Maastricht. Het wordt niet duidelijk uit de uitspraak waar de werknemer woonde. In ieder geval woonde de werknemer buiten Nederland. De werknemer verrichtte werkzaamheden voor de werkgever als internationaal chauffeur en reed in geheel Europa. In de arbeidsovereenkomst was geen rechtskeuze gemaakt. Omdat de werknemer niet in Nederland woonde, onderzocht de kantonrechter op grond van artikel 20 van de EG- Verordening 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo) of hij bevoegd was kennis te nemen van het geschil. De kantonrechter stelde vast dat op grond van artikel 20 EEX-Vo vorderingen van een werkgever voor het gerecht van de woonplaats van de werknemer moeten worden gebracht. Hiervan kon volgens de kantonrechter tegen bepaalde voorwaarden op grond van artikel 21 EEX-Vo worden afgeweken. Dit was in het onderhavige geval volgens de kantonrechter niet gebeurd. Nu echter volgens de kantonrechter de werknemer in rechte was verschenen zonder de bevoegdheid van de kantonrechter te betwisten, was hij in dit geval op grond van artikel 24 EEX- Vo bevoegd te oordelen over dit geschil.nbsp Dit is in lijn met bestaande jurisprudentie op dit punt. Vervolgens onderzocht de kantonrechter welk recht van toepassing was op de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer op grond van artikel 8 van de EG-Verordening 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op overeenkomsten (Rome I). De arbeidsovereenkomst wordt op grond van artikel 8 Rome I beheerst door het recht van het land waar of van waaruit…

Verder lezen
Terug naar overzicht