Sign. - Bevoegdheid in kort geding


Werknemer A is in 2001 in dienst getreden van BMT. BMT is in Londen gevestigd, maar heeft ook een kantoor in Rotterdam. A verrichtte tot 2006 werkzaamheden in Nederland, maar is vanaf dat jaar naar Griekenland uitgezonden. Daar is hij in april 2008 op staande voet ontslagen. A vordert bij de kantonrechter te Rotterdam bij wege van een voorlopige voorziening onder meer doorbetaling van loon, omdat hij meent dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is verleend. De kantonrechter onderzoekt of hij rechtsmacht heeft. Niet is duidelijk dat BMT in Nederland woonplaats heeft en evenmin is duidelijk dat het geschil het Rotterdamse kantoor betreft. Op die grond heeft de kantonrechter geen rechtsmacht. Echter, als de gehele duur van de arbeidsovereenkomst in aanmerking wordt genomen en tegen het licht van het feit dat A niet definitief is overgeplaatst naar Griekenland, heeft A gewoonlijk zijn werkzaamheden in Nederland verricht. Op die grond neemt de kantonrechter rechtsmacht aan.

(Ktr. Rotterdam 17 juli 2008, NIPR 2008/313) 

Verder lezen
Terug naar overzicht