Sign. - Bevoegdheid tot aanmanen binnen betaaltermijn invorderingsbeschikking (ABRvS 19 april 2017, zaaknummer 201602714/1/A1)


Bij besluit van 8 oktober 2014 heeft het college aan appellante een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met de artikelen 6 en 13 Wet bodembescherming en de artikelen 10.1, 10.2 en 10.60 Wet milieubeheer niet opschonen van het terrein te Maastricht, waarop zich asbesthoudende afvalstoffen en andere materialen bevinden. Bij dit besluit is appellante gelast om binnen twee weken na het in werking treden van dit besluit te voldoen aan voornoemde artikelen. Voor elke week dat geconstateerd wordt dat niet aan de last wordt voldaan, verbeurt appellante een dwangsom van € 20.000, tot een maximum van € 40.000. Bij besluit van 17 oktober 2014 heeft het college de werking van de last onder dwangsom opgeschort tot uiterlijk 1 maart 2015, mits aan de in dit besluit gestelde voorwaarden is voldaan. Tegen de besluiten van 8 oktober 2014 en 17 oktober 2014 zijn geen rechtsmiddelen aangewend, zodat deze in rechte onaantastbaar zijn. Bij brief van 16 december 2014 heeft het college aan appellante medegedeeld dat aan de in het besluit van 17 oktober 2014 gestelde voorwaarden niet is voldaan, zodat daardoor de opschorting van de werking van de bij het besluit van 8 oktober 2014 opgelegde last onder dwangsom is opgeheven en de begunstigingstermijn is herleefd. Bij het besluit van 10 maart 2015, gehandhaafd bij het besluit op bezwaar van 29 juli 2015, heeft het college zich op het standpunt gesteld dat appellante niet tijdig aan de last heeft voldaan en dat op 16 december 2014 een dwangsom van € 20.000 is verbeurd. Bij dit besluit heeft het college besloten tot invordering van deze verbeurde…

Verder lezen
Terug naar overzicht