Sign. - Bezwaar tegen waardering


Nog slechts aan de orde is de verwerping door de rechtbank van de bezwaren van appellanten tegen de waardering van de aandelen van geïntimeerden, welke waardering door de rechtbank is gevolgd omdat appellanten, daartoe veroordeeld, het voorschot voor de deskundige niet hadden voldaan. Ook in hoger beroep hebben zij dit niet gedaan, hoewel zij daartoe twee keer in de gelegenheid zijn gesteld. Bij haar eerdere tussenarrest heeft de Ondernemingskamer reeds overwogen dat indien appellanten het voorschot niet voldoen, bij de beoordeling van haar grieven tot uitgangspunt zal worden genomen dat aan appellanten moet worden toegerekend dat geen deskundigenonderzoek heeft plaatsgevonden en zij de waarde van de aandelen zal vaststellen aan de hand van de gegevens die uit het procesdossier blijken, en dat de bezwaren van appellanten tegen de waardering van de aandelen door de rechtbank zullen worden verworpen behoudens voor zover de Ondernemingskamer de juistheid van die bezwaren zelf kan vaststellen en voldoende nauwkeurig kan bepalen wat het effect van die bezwaren, voor zover juist bevonden, op de waarde van de aandelen is. De grieven van appellanten tegen de waardering slagen niet, vooral omdat de door appellanten aangevoerde omstandigheden voor een lagere waarde onvoldoende aanknopingspunten bieden om, zonder een deskundigenbericht, voldoende nauwkeurig te bepalen wat het effect is op de waarde van de aandelen. De Ondernemingskamer heeft in haar tussenarrest reeds overwogen dat zij de deskundige zal opdragen de aandelen te waarderen per een zo recent mogelijke datum en dat in dat verband met dit laatste de klacht van appellanten dat de rechtbank ten onrechte rekening heeft gehouden met de wettelijke rente over de vordering van de vennootschap op appellanten tot schadevergoeding over een langere periode dan verenigbaar is met…

Verder lezen
Terug naar overzicht