Sign. - Bij vrouw ontbreekt werkelijke maatschappelijke band met land van herkomst (Somalië)


M en V, beiden van Somalische nationaliteit, zijn in 1995 in Somalië met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk is één kind geboren. M verzet zich tegen de door V verzochte echtscheiding. Hij meent dat de echtscheiding naar Somalisch recht niet kan worden uitgesproken, nu niet aan een van de in dat recht gestelde voorwaarden (te weten een verzoeningspoging) is voldaan. Voorts meent hij dat het huwelijk van partijen niet duurzaam is ontwricht.
De rechtbank gaat er vanuit dat het huwelijk van partijen naar Somalisch recht rechtsgeldig is. Op grond van artikel 10:31 BW wordt een zodanig huwelijk in Nederland erkend.
Op grond van artikel 270 Overgangswet NBW is op ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed, verzocht voorafgaand aan 1 januari 2012, de Wet conflictenrecht echtscheiding (WCE) van toepassing.
De rechtbank stelt vast dat V sinds 2008 onafgebroken in Nederland verblijft en dat zij over een verblijfsvergunning beschikt. V geeft nadrukkelijk aan dat zij in 2008 naar Nederland is gevlucht met het doel om zich hier blijvend te vestigen. Zij volgt een inburgeringcursus en het is haar intentie om te zijner tijd een aanvraag tot naturalisatie in te dienen. V wil hier gaan werken en haar toekomst opbouwen. Zij heeft expliciet aangegeven niet terug te willen keren naar Somalië, ook al heeft zij daar nog familie wonen.
M verblijft sinds 2007 onafgebroken in Nederland, heeft een verblijfsvergunning en verricht hier vrijwilligerswerk. Hij zou eigenlijk naar Somalië willen terugkeren als het daar veilig is, maar gaat er vanuit dat zijn toekomst in Nederland ligt.
Gelet op het voorgaande ontbreekt naar het oordeel van de…

Terug naar overzicht